Fietstocht 2022: Grottes de Saint-Antoine

5-7 september: Verblijf bij ‘Les Grottes de Saint-Antoine’ Franciscaner orde in Brive-la-Gaillarde

Omdat ik me vorige maandag zo uitgeput voelde vanwege de hitte en enkele zware klimpartijen besliste ik ter plaatse om 3 nachten in de hôtellerie van het Franciscaner klooster te blijven.

Het logies is er uiterst betaalbaar (24€ voor kamer met lavabo incl. ontbijt vanaf 3 nachten) en de avondmaaltijden (10,50€) waren vers en heel lekker, ter plaatse bereid door een kok. Achteraf gezien ben ik blij dat de jeugdherberg hier gesloten is en dat ik deze rustige site heb gevonden. Dat was net wat ik nodig had.

Woensdagochtend volgde ik een rondleiding over de geschiedenis van het klooster en de grotten.

St-Antonius werd in 1195 in Lissabon geboren als Fernando. In 1210 treedt hij toe tot een Augustijnenklooster. In 1215 arriveren de eerste discipelen van de Franciscaner orde van bedelmonniken in Portugal. Fernando voelt zich daar erg toe aangetrokken. In 2020 treedt hij toe en verandert zijn naam in Antonius.

In navolging van andere Franciscanen (die daar het leven lieten en martelaar voor het geloof werden) vertrekt hij naar Marokko om dat land te gaan evangeliseren, maar hij wordt ziek, moet terugkeren en strandt bij een Italiaanse Franciscaner orde in Sicilië. Hij predikt in Italië en later ook in Frankrijk.

In 1226 arriveert hij in Brive en sticht in de Corrèze de eerste Franciscaner orde, in het centrum van de stad. Hij spendeert echter geregeld lange periodes in gebed in de grotten buiten de stad, toen nog in volle natuur.

Hij had geen sterke gezondheid en sterft in 1231 in Padua. Volgens de gids wordt zijn tong nog steeds in Padua bewaard. Zij verging nooit omdat zij het Woord verspreidde.

Image
St Antoine

Meteen na de dood van Antonius gebeurden en allerlei mirakels, ook in ‘zijn’ grotten in Brive, die een bedevaartsoord werden. Reeds in 1232 werd hij gecanoniseerd.

De Franciscanen zijn bedelmonniken die geen bezittingen hebben. Het klooster van Brive is in handen van een ‘Vrienden van’ vereniging die alles beheert. De vijf broeders die er nog wonen mogen wel de raad van bestuur bijwonen. Op de directeur en enkele betaalde krachten na, draait de werking van het klooster voornamelijk op vrijwilligers.

Wat betreft de verschillende grotten:
- De eerste is de watergrot omdat er zich – nu nog steeds – een bronnetje in bevindt.
- De tweede grot, iets hoger gelegen en nu met comfortabele trappen bereikbaar, was de grot waar Sint-Antonius ging bidden. In gaatjes en holletjes in de grotwanden staken ontelbare kleine papiertjes met wensen en verzuchtingen van gelovigen. Eén keer per jaar worden die verwijderd – drie vuilzakken vol – en gelezen door de broeders.
- In de derde grot verscheen Notre Dame de Bon Secours aan Sint-Antonius toen hij zich in een periode van ontmoediging en vertwijfeling over zijn missie bevond. Uit veiligheidsoverwegingen werd haar originele beeld van die grot naar de kerk verhuisd. Het is inderdaad een mooi polychroom stuk.

In een laatste nis staat nog een beeld van Sint-Franciscus, die maar 14 jaar ouder was (1181) dan Sint-Antonius.

Op rotswanden voor de grotten hangen talrijke bedankingsplaatjes voor al de mirakels die er aan Sint-Antonius toegedragen worden. Het laatste dateert van 2015: 4 studenten die er tijdens de blok helemaal niet goed voorstonden en die enkele dagen naar het klooster trokken om er te studeren en… alle vier miraculeus slaagden. De wonderen zijn de wereld nog niet uit… Ik hoop dat Sint-Antonius mij voor de rest van mijn tocht sterke benen geeft...

In de 14de eeuw werd boven de centrale grot een kleine hermitage gebouwd waarin de Franciscanen pelgrims ontvingen. Ten tijde van de Franse revolutie wordt alles als ‘nationaal bezit’ verkocht, maar de pelgrims blijven wel toestromen. Na heel wat onderhandelingen koopt de parochiepriester van Saint-Sernin de site terug en hij vestigt er opnieuw Franciscanen in.

In 1890 wordt een nieuw klooster gebouwd ter vervanging van de vervallen hermitage, en in 1895 volgt de kerk. In 1903 vliegen de Franciscanen er terug uit ten gevolge van de wet die religieuze congregaties verbiedt, maar rijke families uit Brive kopen alles terug in en laten de broeders er in 1915 terugkeren.

In 1937 wordt het klooster een retraitehotel. De broeders wonen nu in een woning ernaast.

Tijdens de tweede wereldoorlog waren de broeders bij het verzet. Ze verstopten vluchtelingen, verzetslui en Joden die achterna gezeten werden door de Gestapo en ze hadden een verborgen wapendepot achter een dikke haag van bamboe die er nu steeds nog is (de bamboehaag wel te verstaan). In die tijd resideerde er een blonde, blauwogige en vloeiend Duits sprekende Franciscaan uit de Elzas die kon voorkomen dat de Duitsers, op weg naar Normandië, de stad introkken en plat plunderden. Ook een miraculeus toeval.

Op 15 augustus 1944 slaagde Brive erin zichzelf zonder bloedvergieten te bevrijden van het Duitse juk. Hierin ziet men ook de miraculeuze hand van Sint-Antonius, die patroonheilige van de stad werd en in 1947 op de heuvel een groot beeld krijgt dat de stad overziet.

In deze context viel de naam van verzetsman Edmond Michelet, wat mij ertoe deed beslissen in de namiddag zijn museum in de stad te gaan bezoeken.