Een memorabele laatste fietsdag: zeiknat, in extremis nog een een totter (Antwerps dialect voor valpartij), en slapen in een high-tech “mortuarium”.
Onderweg heb ik vandaag geen enkele foto genomen! Zoals voorspeld de hele tijd matige regen, met het laatste uur, als kers op de neerslagtaart, nog wat blaasjesregen er bovenop. Mijn mobiele telefoon zat veilig weggeborgen in een waterdichte pouch waaruit ik hem met natte handen en tijdens het gedruppel niet wilde verwijderen, omdat hij daar helemaal onhandelbaar van zou worden.
Het traject tot aan de voorstad van
Tallinn was eigenlijk nog rustiger en mooier dan gisteren, maar door de regen was genieten er niet bij. Er zat ook weer een stuk gravel bij door een bos, waar ik drie elanden, een wolvenpaar, een kikker en een beer zag.


Wie van de vier zag ik écht?
Na een tweetal uur begon mijn maag te knorren, maar omdat het zo’n landelijke weg was, vond ik nergens beschutting om even iets te kunnen eten. Pas na ongeveer 30 km was er eindelijk toch een bushokje dat me bescherming bood. Lang mocht die pauze niet duren, want ik koelde snel af. Het was vandaag 13°C, 10 graden minder dan gisteren. Nu zal de herfst hier wel definitief zijn intrede gedaan hebben. Blij dat het fietsen vanaf vandaag achter de rug is.
En ongelooflijk maar waar: op 4 km van mijn eindbestemming maakte ik nog een val in slow motion, mijn eerste totter (valpartij) van deze reis!
In Tallinn eindigde het geweldige fietspad dat ik de laatste 20 km gevolgd had en moesten fietsers, zoals zo dikwijls in de steden hier, het trottoir delen met voetgangers. Gevolg: bij elke zijstraat of inrit naar een huis moest ik telkens stoepje af en stoepje op fietsen. Aanhoudend padang omlaag en padang weer omhoog. Voor één zo’n stoepje omhoog stond een grote plas waardoor ik niet kon zien hoe hoog het was. En net dat stoepje bleek veel hoger dan alle andere! Mijn stuur maakte een halve slag naar rechts en daardoor kwam ik tot stilstand tegen een tuinhek.
Gelukkig reed ik heel traag en kwam ik op mijn voeten terecht, maar de fiets hing helemaal uit evenwicht naar links en ik kon dat gevaarte niet tegenhouden. We belandden dus samen in slow motion op het trottoir. Geen erg. Eén voortas was aan een kant losgekomen en mijn rechterpols deed een beetje pijn omdat die het meeste gewicht getorst had, maar die pijn was na vijf minuten alweer verdwenen. Gelukkig waren er ondanks de klap tegen het stoepje geen spaken van het wiel gebroken.
Even later kwam ik doornat aan in de hostel die ik gereserveerd had, en daar nam ik wel enkele foto’s want het was geen ‘gewone’ hostel.
Toen ik reserveerde wist ik nog niet of mijn nachthoest weg zou zijn. Om niemand te storen of te besmetten wilde ik liever niet op een slaapzaal met zes liggen. Op Booking.com zag ik een hostel met individuele capsules en reserveerde daar zo’n slaapdoos. De allereerste keer van mijn leven in zo’n ding! Ik had wel al eens gezien dat dit in Japan schering en inslag was.
Natuurlijk was er geen receptionist, dat is te persoonlijk. Inchecken gebeurde aan een machine in de tussenhal. Daar stond ik gelukkig al wel droog. Er kwam een papiertje met een persoonlijke code uit de machine en daarmee kon ik overal binnen: in de lobby en ook in mijn slaapdoos en persoonlijke locker.
Toen ik bij mijn ‘kamer’ met 10 slaapdozen (m.a.w. ‘capsules’) kwam, dacht ik dat ik een mortuarium binnentrad! Hoe grellig (Antwerps voor griezelig) was dat! Aan dit zicht moest ik even wennen.
Mijn doos ging open met de code, maar me erin omkleden — zoals het zedig hoort — ging natuurlijk niet met die kletsnatte bullen (Antwerps voor spullen) rond mijn lijf, of mijn matras zou helemaal nat worden.
Good old style heb ik me in de kamer omgekleed.
Schoenen en lege reiskoffer moesten in de locker, waar een paar slippers stond. Al mijn fietstassen pasten daar natuurlijk niet in, maar ik kon ze wegmoffelen tussen de buitenste slaapdozen en de verwarming.
Binnen in de doos was het best futuristisch. Net een dashboard in een ruimtecapsule. Claustrofobisch ben je beter niet. Headphones hingen klaar, USB poorten, je kon de luchttoevoer zelf regelen, het nachtlampje, slaapmodus… Voor de veiligheid ging ik die nacht in het donker toch mijn koplampje naast me leggen. Aan het plafond hing ook apparatuur. Dat bleek een TV te zijn, maar meer dan een ‘no signal’ beeld krijg ik daar met de remote control nog niet op te zien. Ze hadden bij dit high-tech gedoe wel een handleiding mogen voorzien voor ‘oude taarten’ zoals ik, haha. 😉