Compassion Rising Tour 2025: Arvo Pärt Centrum

Arvo Pärt centrum

14 september: Arvo Pärt centrum in Laulasmaa

Zondag was mijn enige kans om tot in het Arvo Pärt centrum te geraken, want maandag en dinsdag is het gesloten. Het beboste schiereiland Laulasmaa waar het centrum zich bevindt ligt op 50 minuten met de bus van Tallinn. Het is de plek waar Heinz Eller, Pärts leraar, ’s zomers verbleef. Pärt bezocht hem daar regelmatig, vandaar zijn speciale band met deze locatie. De stilte en rust die er heersen bieden het juiste kader voor zijn verstilde composities.
 
Het centrum werd ontworpen door het Spaanse bureau Nieto Sobejano Arquitectos, dat de eerder uitgeschreven architectuurwedstrijd won. In oktober 2018 opende het zijn deuren voor het publiek. Zijn belangrijkste functie is het huisvesten van het grote Pärt archief.

5-hoekige patio als symbool voor stilte en bos

Verschillende vijfhoekige patio’s in de structuur van het gebouw symboliseren de stiltes in de muziek van Pärt. De zuilen hebben verschillende diktes, zoals de bomen in een bos.

Dicht bij de ingang bevindt zich een muur met foto’s van Pärts muziekuitgevers en -uitvoerders die zijn werk het zuiverste ten gehore brengen.
 
Een sobere concerthal biedt 151 zitjes en heeft een ongelooflijke akoestiek.
 
Verder is er nog een bibliotheek met zijn persoonlijke collectie van 2.000 muziek-, kunst- en theologieboeken.
 
In zijn beginjaren componeerde Pärt voornamelijk modernistische seriële werken. Na Credo (1968), een compositie waarin hij zich tot de Orthodoxe kerk bekende, botste hij met de atheïstische Sovjetautoriteiten en mocht zijn werk niet meer uitgevoerd worden. Daarna kwam hij in een impasse terecht. Hij zweerde zijn eerdere muziekstijl af en belandde in een creatieve crisis die acht jaar zou duren.
 
Hij smeet zich in een intensieve studie van Gregoriaanse en middeleeuwse muziek en ontwikkelde uiteindelijk een eigen stijl die hij ’tintinnabuli’ noemde, wat in het Latijn ‘kleine belletjes’ betekent. Tintinnabuli combineert twee monodische muzieklijnen: een melodische lijn en daaronder een triade lijn van telkens 3 noten. Het is geconcentreerde muziek, alleen het aller essentieelste blijft behouden.
 
Voor Pärt staat de melodische stem voor de zonden die hij beging, terwijl de triade lijn eronder die zonden vergeeft en wegvaagt.
De ‘formule’ die Pärt aan tintinnabuli toekende is 1+1=1. Dat wil zeggen: er is een inherente dualiteit, maar de twee componenten vormen een onafscheidelijk geheel. Het is de hoorbare expressie van het tijdelijke en het tijdloze, het lichamelijke en geestelijke, het subjectieve en objectieve, het aardse en hemelse, het negatieve en positieve, het dynamische en statische.
Pärt voelt zich verantwoordelijk voor de impact van zijn muziek op de geest van de toehoorder. Daarom overweegt hij iedere muzikale beslissing heel diepgaand.
Bekende voorbeelden van Tintinnabuli zijn Für Aline, Fratres, Tabula Rasa en Spiegel im spiegel.

 

Arvo Pärt

Achteraan in de bibliotheek lag een groot, opengeklapt boek dat mij als een magisch toverboek overkwam. Dankzij dat boek leerde ik veel over Pärts muziek.
 
Op de eerste bladzijde wordt een fel oplichtend cirkeltje geprojecteerd. Als je dat aanwijst, start er audio en worden er op het blad beelden geprojecteerd. Wanneer je een blad omslaat, stopt alles en krijg je een nieuw lichtcirkeltje voor een andere presentatie. Bij partituren volgen oplichtende bolletjes de gespeelde noten op het blad. Door die projectie snapte ik iets beter hoe de tintinnabuli techniek werkt.
 
Pärts muziek is veelal gebaseerd op religieuze teksten. De woorden (het ritme, de lettergrepen enz) worden rechtstreeks vertaald naar muziek. Zelfs aan zijn instrumentale muziek, zoals Silouans songs en zijn vierde symfonie, ligt een tekst ten grondslag.
 
Ik weet niet hoe lang ik in dat boek heb zitten bladeren en luisteren en lezen, maar plots zag ik dat het al halfvijf was…
 
Het religieuze werk van Pärt mocht van de Sovjets niet uitgevoerd worden en hij viel zonder middelen van bestaan. In 1980 emigreerde hij, eerst naar Wenen en het jaar daarop naar Berlijn, waar hij 30 jaar woonde en werkte. Na de onafhankelijkheid in 1991 knoopte hij terug banden aan met Estland en Estse orkesten, en in 2010 keert hij terug naar zijn vaderland.
Deel deze post op social media

Lees meer...

nl_NL_formal